Opinie in Nederlands Dagblad

Op 11 september plaatste het Nederlands Dagblad het opiienstuk geschreven door Hugo Wortel en  Janneke Bazelmans.

STOP GEÏMPORTEERDE ONTBOSSING!

Stel je rijdt een dieselauto en je gaat ergens in Europa tanken. Dan tank je geïmporteerde ontbossing: oftewel palmolie. Of je dat nu wil of niet. Dat moet anders vinden Hugo Wortel en Janneke Bazelmans van Palmolievrij.org. Zij roepen de Nederlandse overheid op haar verantwoordelijkheid te nemen en net als Frankrijk in te zetten op een Europees verbod van voedselgewassen in de tank.

Frankrijk wil de import van palmolie als biobrandstof verbieden en zo een einde maken aan geïmporteerde ontbossing. Noorwegen was de Fransen een paar maanden geleden al voor. En ook het Europees Parlement wil een verbod op palmolie als biobrandstof. Komend half jaar staat het biobrandstoffenbeleid van de Europese Unie voor na 2020 op de Europese agenda. De uitgelezen kans voor Nederland om als een van ’s werelds grootste importeurs van palmolie en exporteur van biobrandstoffen de link tussen ontbossing en onze tank te doorbreken.

Palmolie in biobrandstof

Wereldwijd is 43 procent1 van ontboste gronden bestemd voor de aanleg van palmolieplantages. De EU importeert – als de op een na grootste importeur – 7 miljoen ton palmolie per jaar. Het meeste komt binnen via de haven van Rotterdam. Nederland heeft daarmee een hoofdrol in palmolieland. Van alle in Europa geïmporteerde palmolie wordt de helft gebruikt voor voedingsmiddelen en verzorgingsproducten. De rest wordt omgezet in brandstof en bijgemengd met diesel.

Vrijwel niemand is zich ervan bewust dat palmolie als biobrandstof in diesel wordt gebruikt. Ironisch genoeg maakt dat ook niet zoveel uit, want als eigenaar van een dieselauto heb je niets te kiezen. Waar je ook tankt, je krijgt mogelijk palmolie en de bijkomende natuurschade er vanzelf bij, of je dat nu wil of niet.

Gevolgen palmolieproductie

De palmolie-industrie is namelijk verantwoordelijk voor ontbossing in Azië, Afrika, en Zuid-Amerika met als gevolg enorme CO2-uitstoot, uitsterven van diersoorten, verdrijving van de inheemse bevolking, landconflicten, uitbuiting, opdrogen van rivieren, bodemerosie, verlies van het grondwater, de vervuiling van waterlopen en de vernietiging van zeldzame natuurlijke leefgebieden.

Dat palmolieplantages slechts een tijdelijk karakter hebben, komt zelden naar voren. Na ongeveer vijfentwintig jaar intensieve productie van palmolie, is de grond uitgeput, de bodemstructuur vernietigd en groeit er niets meer dan vlug ontvlambaar gras. Palmoliebedrijven zullen opnieuw stukken regenwoud kappen voor de aanleg van een nieuwe plantages. De kleine boer heeft het nakijken: geen oerwoud meer om voedsel, schoon water en medicijnen uit te halen, maar ook geen plantage. Wat rest zijn armoede, schaamte en hoge schulden.

Maar palmolie is een wondermiddel en het is zo goedkoop, schreeuwt de markt. Echter, de prijs voor palmolie is geen eerlijke prijs. Naast dat bossen worden gekapt, de biodiversiteit verwoest, worden plantagearbeiders uitgebuit en is er vaak sprake van kinderarbeid. Dit maakt van palmolie het vijf euro T-shirt uit Bangladesh.

Biobrandstoffenbeleid

De negatieve impact van de productie van palmolie op het milieu, het klimaat, de biodiversiteit en lokale gemeenschappen is al heel lang bekend. Tussen 2000 en 2005 verschenen de eerste alarmerende rapporten over de gevolgen van de palmolieproductie. Toch groeide vanaf 2010 het gebruik van palmolie als biobrandstof in de EU pijlsnel van 8 procent naar de huidige 46 procent.
Dit is des te opmerkelijker als je weet dat in 2013 de Europese Unie ook al een beslissing moest nemen over het biobrandstoffenbeleid tot 2020. Ondanks de aanhoudende stroom waarschuwingen van NGO’s en wetenschappers heeft de EU toen de ogen gesloten voor de verwoestende impact van palmolie op het regenwoud.

‘Schizofreen,’ zo noemde de Franse minister Hulot het Europese biobrandstoffenbeleid. Het is ‘schizofreen om enerzijds van bedrijven te vragen om hun uitstoot te verlagen, en tegelijk toe te staan dat miljoenen bomen worden gekapt die juist CO2 opnemen.’
Nu bestaat de kans dat de EU toch voor afschaffing van palmolie als biobrandstof kiest. Het Europees Parlement heeft begin april aangegeven een verbod op palmolie als biobrandstof te willen. Ingevolge de huidige Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (EU RED) moet tien procent van de brandstoffen in de vervoersector gedekt worden door hernieuwbare energie. Maximaal zeven procent van de biobrandstoffen mag afkomstig zijn van voedselgewassen, zoals palmolie. Onder dat percentage van zeven procent mogen Europese landen zelf een percentage kiezen. Terwijl Frankrijk en Noorwegen hebben aangegeven af te willen van geïmporteerde ontbossing, werkt het Nederlandse voorstel juist meer import van palmolie in de hand. Het huidige percentage is maximaal 1,8 procent, maar er ligt een voorstel om dat te verhogen naar vijf procent.

Zes procent minder palmolie

Als de EU ertoe overgaat om palmolie uit het biobrandstoffenbeleid te weren, scheelt dat zes procent op de wereldwijde productie van palmolie. Dit heeft groot effect op het voortbestaan van het tropisch regenwoud en haar bewoners.

Palmolie als biobrandstof staat haaks op het klimaatakkoord van Parijs en de noodzaak om regenwouden en bossen te behouden, willen toekomstige generaties een leven op aarde hebben. In september en oktober staat het Europese energiebeleid op de agenda. Nederland dient hierin haar verantwoordelijkheid te nemen en de andere lidstaten ervan te overtuigen dat in ons biobrandstoffenbeleid geen plaats is voor palmolie.

LINK